Om met de deur in huis te vallen: Marianne IJspeerts pas verschenen boek De Quakers is onmisbaar voor iedereen die belangstelling heeft voor het onderwerp (en daaronder reken ik alle Nederlandse quakers en hun naaste familie en vrienden). Ik heb het direct genoteerd als een prima cadeau voor een aantal aanstaande jarigen in mijn kennissen-kring. Dit is nu precies het boek dat mijn overleden schoonvader een paar jaar geleden graag wilde lezen, als aanvulling op wat ik zo'n beetje wist te vertellen over de quakers. Het bleek toen voor hem, zelfs met behulp van vakmensen uit de plaatselijke bibliotheek, niet mogelijk om adequate informatie te bemachtigen. Nu is er dan een boekje dat je met veel plezier kunt geven, zowel aan mensen die globaal willen weten wat quakers zijn, en vooral ook aan mensen die net als mijn schoonvader het naadje van de kous willen weten.
In de vorige Vriendenkring lazen we al een aankondiging van het boekje door Tjeerd Dibbits (die met Pieter Ketner in Marianne's Woord Vooraf bedankt wordt voor 'morele steun, tijd en aandacht') en de zeer positieve reactie van Willem Furnée. Ik stem van harte in met Willems opmerkingen, die in een notendop weergeven wat ik iets uitgebreider zou willen bespreken.
Als eerste, en niet onbelangrijk aspect wil ik de leesbaarheid noemen. Hier wordt een schat aan feitenkennis en inzicht gepresenteerd met een een uiterst heldere, soepele en vlot leesbare schrijfstijl. Ik vond het moeilijk het boekje even weg te leggen, zo boeiend en aansprekend is het geschreven. Mariannes ' disclaimer' in de allereerste alinea van het boek lijkt mij dus niet echt nodig: hoewel het zo zal zijn dat het 'onmogelijk is iets te schrijven waar alle vrienden zich in herkennen' kan ik me gewoonweg niet voorstellen dat dit met dit boekje het geval zal zijn.
Grote bewondering heb ik voor de fijngevoelige en op uitgebreide feitenkennis gebaseerde behandeling van lastige onderwerpen, zoals bijvoorbeeld 'identiteit' Met objectiviteit maar ook met begrip behandelt het boek dit punt dat de gemoederen zo kan verhitten; hoe zijn wij quakers en daarbij christelijk, humanistisch, evangelicaal of (vreselijk woord) christocentrisch of universalistisch? Alles naast elkaar te zien staan, met aandacht voor historisch gegroeide verschillen, deed me beseffen dat je deze verscheidenheid kan bespreken zonder meningsverschillen a priori als problematisch of divisionair te bestempelen. Dat is hartverwarmend en nodig.
Niet alleen de auteur spreekt tot ons in dit boek, maar ook klinkt een keur van stemmen uit het boekje door de vele goed gekozen citaten. De wijsheid die hieruit spreekt riep weer bij mij het gevoel op van toen ik me voor het eerst in het Quakerisme verdiepte, van enthousiasme (wat geweldig dat dit bestaat), en een soort oer-herkenning: (ja, zo is het en zo moet het; dit zijn idealen om naar te streven en naar te leven). Niet, dat de quakergeschiedenis geen blijk geeft van menselijk falen en onenigheid- quakers zijn geen heiligen -maar het boekje plaatst die feiten in perspectief: het gaat om wat kenmerkend was en is: de individuele en gezamenlijk beleefde inspiratie (vanuit de stilte) waarin quakers geloven en de actieve, concrete daden die daaruit voortkomen.
Dit boek lezend valt het op hoeveel de quakers van oudsher steunden op teksten direct uit de bijbel of daarop gebaseerd. Ze wisten zich deel van de rijke traditie van het zoeken naar de Geest in het Woord, en ze wisselden van gedachten met elkaar op basis van gemeenschappelijke bijbelkennis. Wat is daar nu nog van over, vroeg ik me af; lezen we de bijbel nog en durven we daarvoor uit te komen? Ook dacht ik: hoe kunnen we nog quakers zijn als we de bijbel (inclusief Jezus en zijn evangelie) als inspiratiebron afwijzen, en daarmee dus ook alle Quakerliteratuur die direct geënt is op het christendom? Zullen we dan George Fox als stichter erkennen maar daarbij direct aantekenen dat we van zijn geloof losgeraakt zijn? Dat deze vragen bij veel mensen leven, kunnen we lezen in de Quakertijdschriften. Het boek De Quakers helpt ons om deze vragen in breder perspectief te plaatsen.
Vol bewondering ben ik ook over Mariannes uitleg van de typische quakerbegrippen als ministry, discipline en concern. Dat kan niet met een of twee zinnen, en voor ministry en concern gebruikt het boekje dan ook verscheidene pagina's. Worship wordt een enkele keer vertaald met aanbidding, een woord dat we moeilijk in de mond nemen, maar dat hier heel natuurlijk weg gebruikt wordt en dat ik ook tegen-kwam in de nieuwe Raadgevingen en Vragen.
Veel geleerd heb ik over mij bekende zaken. Waar komt de naam de Vriendenkring vandaan? En wanneer was de eerste jaargang? Zijn Woodbrookers nu quakers of niet? Hoe lang bestaan de Jonge Vrienden? Hoe komt het dat het quakerisme als enige van de vele religieuze splinterbewegingen uit de tijd van de Engelse burgeroorlog is overgebleven? En ook ontdekte ik veel dat ik nog niet wist: dat er tot 1990 een Wijdere Quaker Gemeenschap bestond, en dat dat dit de oorspronkelijke vorm van de NON was.
En waarom het Nederlandse Genootschap ministerieel erkend wilde worden. De minder mooie feiten ook, zoals de falende bescherming van de joodse leerlingen van de quakerschool in Ommen. En een geheel nieuwe gedachte was dat de Meeting for Eating een vorm is van de maaltijd van de Heer. Wij hebben zo'n meeting in Groningen, en misschien komen we nu dichter bij dat ideaal, nu we in de stilte van onze huizen samenkomen, en niet meer in de herrie van een restaurant . . .
De neiging is groot om allerlei uitspraken met instemming aan te halen: bijvoorbeeld dat we ons quakergeloof vaak aan anderen uitleggen met behulp van ontkenningen (quakers hebben geen liturgie, sacramenten, belijdenis, ambt) maar dat we in feite wel degelijk een liturgisch fenomeen hebben, en getuigenissen, en dat we het hele bestaan zien als een sacrament. Zo helpt dit boekje ons in vele opzichten!
Het hoort bij een bespreking om ook wat aan te merken op het boek, al was het alleen maar om te laten zien dat je het kritisch en nauwkeurig gelezen hebt. Een puntje voor overweging kan zijn het gebruik van hoofdletter Q voor Quakers, in navolging van het Engels, waarin je Quakers zoals ook Christians en Jews met een hoofdletter schrijft. De Nederlandse gewoonte is christenen en joden, dus met kleine letter, en dat zou dus eigenlijk ook voor quakers gelden. Uit de quakerse gelijkheidsgedachte zou je voor deze schrijfwijze kunnen kiezen, maar uiteraard is het gebruik van de hoofdletter correct als je het woord ziet als een Engels leenwoord. Het stemde mij trouwens heel tevreden (als "Engelse juf") dat de woorden niet los van elkaar gezet worden; zo lezen we Quakergeschiedenis en Quakergeschriften, en niet Quaker geschiedenis enzovoort. (Deze laatste gewoonte wordt door mijn collega's in de letterenfaculteit de Engelse ziekte genoemd en ik leed er hevig aan, tot zij mij ervan genazen). Ik werd ook aan het denken gezet door de vertaling van "answer that of God in everyone" ; is dat woord "answer""nu echt "aanspreken"? en bestaat er geen Nederlands woord dat iets heeft van "beantwoorden" of "in antwoord op"? Ongetwijfeld is dit voer voor de "hertalers" van Raadgevingen en Vragen.
Dit is een boek met bescheiden omvang maar met een schat aan informatie en inspiratie. Quakers bedanken elkaar niet onderling, volgens Marianne, en bewonderen uitspreken zal dus ook niet de gewoonte zijn, maar voor een keer moet ik die gewoonte dan toch even aan de kant zetten.