Selecteer een pagina

Ontstaan van de Quakers

De Quakerbeweging ontstond rond 1650 in Engeland. Geïnspireerd door het beeld van de eerste Christengemeenten namen de Quakers afstand van de gang van zaken in de kerken van destijds. Zij werden vaak vervolgd en gevangen- genomen om hun geloofsopvattingen en om de consequenties die daaraan verbonden werd. De beweging groeide uit tot een op zichzelf staande geloofsgemeenschap: Het Religieus Genootschap der Vrienden.

Vriendenis ontleend aan de woorden van Jezus: “vrienden noem ik jullie, omdat ik alles wat ik van de Vader heb gehoord, aan jullie bekendgemaakt heb” (Johannes 15:15). De geloofsgemeenschap organiseerde zich in lokale en/of regionale groepen en landelijke groepen. Quakers kennen geen kerkelijke lei- ders. Ieder is deelgenoot van het Innerlijk Licht. De Nederlandse Quakers (Het Religieus Genootschap der Vrienden) zijn lid van de Raad van Kerken in Nederland.

6.2 Samenkomst ter Verheldering

In een Samenkomst ter Verheldering wordt vanuit de Stilte een zorg, een roeping, of een levensvraag waarmee een Vriend worstelt “in het Licht gehouden”. Zo’n samenkomst
is gericht op gezamenlijke gewaarwording, of onderscheiding (‘discernment’) van het probleem om samen helderheid te krijgen over de weg die hij/zij zou kunnen gaan. Ook in conflictsituaties wordt soms een Samenkomst ter Verheldering gehouden. Van oorsprong werd deze procedure gebruikt voor het toetsen van een roeping.

Vanaf het allereerste begin van onze gesprekken was er een sterk gevoel dat het ‘klopte’, dat het ‘juist was’, wat we bespraken. De ideeën vloeiden vrijelijk, en hoewel we het op dat moment ons niet realiseerden, zouden we nu zeggen dat we duidelijk geleid werden in ons werk.
Barry en Jill Wisher, over het ontstaan in 1978 van de Quaker Peace Action Caravan.

Helderheid verkrijgen over een roeping is een bijzondere oefening in onderscheiding. Het is een proces dat begint met aanzienlijke persoonlijke reflectie en het stellen van een aantal stevige vragen. Is dit een verlangen dat iemand anders iets gaat doen, of is het echt een roeping om zelf in actie te komen? Komt het werkelijk van God?

QF&P, 1999, 13.05.

Een Samenkomst ter Verheldering kan een middel zijn om tot begrijpen te komen, en verandering te helpen bewerken.
Geoffrey Durham, Being a Quaker, a Guide for Newcomers. Oxford 2011.

<– Vorige: 6.1  Samenkomst voor Zaken
Volgende:6.3  Gesprek vanuit de stilte –>

6.1 Samenkomst voor Zaken

De Samenkomst voor Zaken wordt gehouden in dezelfde geest als de Stille Samenkomst. In deze samenkomst worden de zaken die van gemeenschappelijk belang zijn voor de plaatselijke groep (Maandvergadering) behandeld. Het belangrijkste kenmerk van deze vorm van samenkomst is dat de Vrienden bijeenkomen om in onderlinge verbondenheid te zoeken naar de leiding van de Geest bij het nemen van besluiten. Het gaat dus niet om het zoeken van consensus, maar om het gezamenlijk gevoelen naar een besluit geleid te zijn.

Net als bij de Stille Samenkomst geldt ook hier dat men naar een Samenkomst voor Zaken komt, voorbereid ‘met hart en hoofd’, want zo kunnen de aanwezige Vrienden zich concentreren op de onderwerpen op de agenda en bijdragen leveren die de groep helpen wegen vooruit te vinden.

De samenkomst wordt bijeengeroepen en ondersteund door de Schrijver, een van de weinige functies binnen het Genootschap. De Schrijver draagt verantwoordelijkheid voor het opstellen van de agenda, zodat de leden weten om welke aangelegenheden het gaat. Maar het is de verantwoordelijkheid van alle leden om aan de besluitvorming goed geïnformeerd deel te nemen, hetgeen overigens niet inhoudt dat hun besluit al van tevoren vaststaat. Uit rustig overleg vanuit de stilte kan een weg vooruit zichtbaar worden, die beter is dan die welke enige individuele deelnemer aan de samenkomst van tevoren had voorzien. Het is de taak van de Schrijver om het ‘gevoelen van de samenkomst’ te peilen en samen te vatten in de vorm van een ‘Minuut’ (schriftelijk vastgelegd besluit). Als Schrijver is men een dienaar van de samenkomst.

Door persoonlijke houding en het organiseren van de agenda zou de Schrijver die geest van aandachtig luisteren kunnen scheppen die ook kenmerkend is voor onze Stille Samenkomsten.
De geest waarin onze samenkomsten voor zaken gehouden wordt is er een van wederzijds respect en zorg voor elkaar en voor de zaken van gemeenschappelijk belang die aan de orde zijn.
De Samenkomst voor Zaken begint met een periode van stilte, terwijl er ook voldoen-
de momenten van stilte in acht genomen worden tussen gesproken bijdragen tijdens de samenkomst.
Alle besluiten worden genomen in een geest van eenheid. Wanneer die gevoelde eenheid niet bereikt kan worden en de besproken zaak geen urgentie heeft, dan kan deze uitgesteld worden tot een volgende bijeenkomst. Een enkele keer komt het voor dat een Vriend zich echt niet kan vinden in de door de groep gevoelde eenheid. Mocht dat gevoelen zeer zwaarwegend zijn dan kan die Vriend de groep vragen het besluit nog niet te nemen.
Er is echter ook de mogelijkheid dat die ene Vriend zich bereid verklaart het gevoelen van de vergadering te respecteren en het besluit niet in de weg te zullen staan.
Een Samenkomst voor Zaken vraagt evenals een Stille Samenkomst een zekere discipline van de deelnemers. Hierbij hoort onder meer het in acht nemen van stilte tussen de bijdragen, het vermogen om persoonlijke inzichten los te laten als blijkt dat zij niet sporen met de door de groep ervaren leiding en de gewoonte de Schrijver te ondersteunen door en vanuit de stilte. Alle besluiten van een Samenkomst voor Zaken worden vastgelegd in Minuten. In de loop der geschiedenis zijn dergelijke Minuten, die in Minutenboeken worden opgeschreven, documenten van grote historische waarde gebleken. Zij weerspiegelen de ontwikkeling van en binnen ons Genootschap.

Samenkomsten voor zaken zijn open voor leden van het Genootschap en ‘vrienden van de Vrienden’ (sympathisanten die langdurig en regelmatig onze bijeenkomsten bijwonen maar nog geen lid zijn). Echter, wanneer zaken aangaande lidmaatschap en gevoelige aangelegenheden aan de orde zijn, kan de groep besluiten dat deze bijeenkomsten slechts open zijn voor leden. Besluitvorming in deze samenkomsten is altijd de taak van de aanwezige leden omdat zij verantwoordelijkheid dragen voor de zaken, de activiteiten en het leven van ons Genootschap. De discipline van het lidmaatschap vraagt van Vrienden een actieve deelname aan de samenkomst voor de zaken. Zij vraagt ook van Vrienden die verhinderd waren, dat zij het besluit dat de groep bereikte, respecteren en steunen. Het besluit is immers een besluit voor de hele Maandvergadering of groep.

Gewoontegetrouw worden de Minuten aan het eind van de samenkomst waarin zij aangenomen zijn, getekend door de Schrijver. Tegenwoordig, bij het gebruik van laptop-computers en e-mail, bestaat er immers een risico dat Minuten naderhand nog gewijzigd worden of dat er geen Minuten ter ondertekening voorliggen. Het is echter een wezenlijk element in ons Quaker besluitvormingsproces dat de Minuten in de samenkomst die ze aangenomen heeft worden getekend. De betekenis hiervan is dat Minuten niet gewijzigd mogen worden als ze eenmaal getekend zijn, behalve dan waar het feitelijke fouten of kleine grammaticale puntjes betreft.

Als iets kenmerkend is voor de Quakers, is het de Quaker manier van besluitvorming. Niet de stille wijdingsbijeenkomst. Wereldwijd kent de meerderheid van de Quakers geprogrammeerde wijdingsbijeenkomsten. De essentie van Quaker besluitvorming is mijns inziens het gezamenlijk zoeken naar Goddelijke leiding. De Quaker Zaken-vergadering is niet om rationeel te discussiëren (de emoties die dat losmaakt niet uit het oog verliezend). De bedoeling is om die bijdragen de ruimte te geven die leiden tot een gezamenlijke religieuze ervaring, een gevoel van verbondenheid in een goddelijk project. Bijdragen die daar niet toe leiden kunnen gewoon genegeerd worden. Ze hoeven niet expliciet tegengesproken te worden. Door de houding van ‘samen zoeken’ voelt degene wiens bijdrage genegeerd wordt zich niet persoonlijk genegeerd.

Het gaat hooguit samen met discussie die bewust gericht is op besluitvorming waarin zoveel mogelijk gezichtspunten en argumenten tegen elkaar worden afgewogen, discussie waarin het persoonlijke belang bij bepaalde gezichtspunten en argumenten losgelaten wordt. Zo’n rationele discussie is echter niet voldoende voor goede Quaker besluitvorming; het overstijgt nog niet ons collectieve beoordelingsvermogen.

Wim Nusselder, 1992.

Zeer waarschijnlijk zijn Maandvergaderingen wel eens te voorzichtig geweest en hebben zo de uitvoering van belangrijk werk vertraagd. In verschillende geschriften van Vrienden vindt men echter uitspraken waaruit blijkt dat zij achteraf zagen hoezeer het de uitvoering van hun opdracht ten goede was gekomen dat ze extra tijd voor bezinning hadden gehad.
Mien Schreuder, 2001.

<– Vorige: 5.10 Dood begravenis en rouwbetoon
Volgende: 6.2 Samenkomst ter verheldering –>

Inhoud

6. Organisatie

George Fox begreep al van meet af aan dat een religieuze beweging een minimum aan structuur nodig heeft om haar inzichten en ervaring door te kunnen geven aan toekomstige generaties. Hij ontwikkelde een organisatiestructuur voor het Religieus Genootschap der Vrienden die vandaag de dag nog steeds bestaat. Ook werden binnen het Genootschap bijzondere vormen van overleg ontwikkeld, die in dit hoofdstuk beschreven worden.

Terug naar inhoudsopgave

<== 5.10  Dood, begrafenis en rouwbetoon
6.1  Samenkomst voor Zaken ==>

5.10 Dood, begrafenis en rouwbetoon

De visie van Quakers op ethische vraagstukken wordt bepaald door hun geloof in de voortgaande openbaring van God aan de mens en het belang dat zij hechten aan het spreken uit persoonlijke ervaring en betrokkenheid. Quakers hebben respect voor de traditie, omdat God ook daar werkzaam is, maar zij geloven niet dat daarin kant en klare antwoorden gevonden kunnen worden op actuele ethische vraagstukken. Er zal altijd minstens een vertaalslag moeten plaatsvinden naar de actuele situatie. Dat geldt dus ook voor complexe ethische vraagstukken rond bijvoorbeeld euthanasie, abortus en de toepassing van gen-technologie of orgaantransplantatie.

Van oudsher zijn het vooral de Quaker getuigenissen en de Bijbel die voor de Vrienden een kader vormden voor moreel handelen, maar het inwaartse Licht – de werking van Gods Geest in ieder mens, de innerlijke leraar – heeft voor de Vrienden het ‘laatste woord’. Bij ethische vragen rond leven en dood zullen zij dan ook altijd hun toevlucht zoeken bij het Licht door zich daarvoor gezamenlijk open te stellen en samen de weg te zoeken die het Licht hun wijst. Wanneer we de beantwoording van vragen rond leven en dood zouden reduceren tot het raadplegen van tradities of het toepassen van regels die door mensen zijn bedacht, dan verliezen we uit het oog dat vrijwel elk besluit direct of indirect mensen raakt. Bij een moreel verantwoord besluit zal het altijd nodig zijn vanuit een liefdevolle houding de belangen van alle betrokkenen mee te wegen. Dit leidt vaak tot dilemma’s en deze kunnen onmogelijk vanuit algemeen opgestelde regels worden opgelost.

Zulke dilemma’s kunnen, ook bij iemand die een weloverwogen besluit heeft genomen, tot veel onzekerheden en schuldgevoelens leiden. Wanneer een besluit het resultaat was van een gezamenlijk zoeken naar de weg van het Licht ligt het voor de hand dat de Vrienden die hierbij betrokken waren de eersten zullen zijn om de persoon in kwestie te ondersteunen bij de verwerking van deze gevoelens.

Ik las ooit in een boek van een feministische filosofe, dat logisch gezien alleen pacifisten tegen abortus konden zijn omdat alleen zij de absolutistische houding aannemen dat het altijd verkeerd is een leven te beëindigen. Maar wat als je zowel pacifist bent als iemand die gelooft dat vrouwen het recht hebben keuzen te maken over hun eigen leven? […] Dat betekent niet dat abortus zelf goed is, maar dat, wanneer mensen in een situatie terecht komen waar elke keuze verkeerd is, er moedige en verantwoordelijke beslissingen moeten worden genomen, en daarna met de consequenties moet worden geleefd.
Anonymus, 1990, QF&P, 22.55.

Toen het slechte nieuws kwam moest er snel een beslissing genomen worden. Ik wist dat mijn kind, zelfs als het geboren zou worden, waarschijnlijk geen zes maanden zou leven, en niet normaal gevoed kon worden. (…) Ondertussen voorzag ik de rest van de zwangerschap, die een gelukkige tijd zou moeten zijn, maar waarin ik de hele tijd zou moeten vertellen dat mijn kind niet gezond geboren zou worden. Voor ons zou er geen blijde voorbereiding zijn van wieg en speelgoed en kleertjes. (…) Ik besloot de zwangerschap te beëindigen. (…) We bleven berooid achter zonder het normale kind waar we zo naar hadden verlangd.

Jane Heydecker, 1994, QF&P, 22.57.

Terug naar inhoudsopgave

<== 5.9  Ethische vragen rond leven en dood
6. Organisatie ==>