Het Evangelie van Marcus. Een Quaker-interpretatie: Het onzichtbare zien
Door Jarnick Vitters
In A Quaker Reading of Mark’s Gospel: To See the Invisible biedt Patricia Dallmann een interpretatie van het evangelie volgens Marcus die mij diep heeft geraakt. Dallmann, verbonden aan de Conservatieve Vrienden van Ohio Yearly Meeting (VS), benadert de Bijbel niet primair als historisch document, maar als geestelijke bron. Ze sluit daarmee bewust aan bij de vroege Quakers, voor wie de Schrift een levende getuige van Christus’ aanwezigheid in ons was.
Wat mij in haar boek vooral aanspreekt, is dat zij het evangelie niet reduceert tot abstracte ideeën of theorieën. Dallmann pleit voor een ervaringsgerichte manier van lezen. Alleen wanneer we de verhalen innerlijk beleven, ontvouwen ze hun diepere betekenis. Voor mij voelt deze benadering heel vertrouwd. De Bijbelse verhalen komen pas echt tot leven wanneer we ze door onze eigen ervaring heen laten spreken.
Dallmann volgt het evangelie hoofdstuk voor hoofdstuk en legt de nadruk op de beweging van Jezus: zijn reizen, ontmoetingen en confrontaties. Jezus verschijnt niet als vertegenwoordiger van conventionele wijsheden. Hij haalt mensen uit hun vanzelfsprekendheden en nodigt hen uit tot een leven van helderheid en waarheid. Juist door deze nadruk komen de scherpe kanten van het evangelie duidelijker naar voren.
Een passage die mij altijd heeft verbaasd, is de vervloeking van de vijgenboom (Marcus 11). Jezus zoekt deze vrucht, maar het is nog niet de tijd van vijgen. Toch spreekt Hij de boom streng toe: ‘Nooit ofte nimmer zal er nog iemand vruchten van jou eten!’ Lange tijd leek mij dit een onredelijke handeling. Dallmann wijst echter op een diepere betekenis: er wordt ‘meer van ons verwacht dan wat onze natuur vanzelf kan voortbrengen.’ In dat licht wordt de vijgenboom een beeld van een bestaan dat wel bladeren heeft – uiterlijk vertoon – maar geen innerlijke vrucht. Deze uitleg inspireerde mij. Hoe zorgen wij ervoor dat ons leven werkelijk vrucht draagt, voorbij alleen de schijn?
Bijzonder vond ik haar uitleg van de uitdrijving van de demonen bij Legioen (Marcus 5). De man die tussen grafspelonken leeft en zichzelf voortdurend verwondt, noemt zich “Legioen”: ‘want we zijn met velen.’ Dallmann leest dit niet alleen als een dramatisch wonderverhaal, maar als metafoor van innerlijke verdeeldheid. De mens kan uiteenvallen in stemmen die hem beheersen en uit evenwicht brengen. Wanneer de man uiteindelijk ‘gekleed en bij zijn volle verstand’ wordt aangetroffen, ziet zij daarin een herstel van innerlijke samenhang. Het verhaal verschuift zo van spektakel naar bevrijding: van verscheurdheid naar eenheid.
Het boek roept ook vragen op voor ons als Nederlandse Vrienden. Hoe lezen wij de Bijbel vandaag? Is zij nog een levende bron, of vooral een tekst uit het religieuze verleden? Dallmann herinnert eraan dat vroege Quakers de Bijbel lazen als bevestiging van wat zij innerlijk ontdekten. Op die manier nodigt dit boek ons uit om die verwachting opnieuw te oefenen en Christus in ons hart te ontmoeten.
A Quaker Reading of Mark’s Gospel is absoluut geen klassiek bijbelcommentaar. Het is een uitnodiging om het evangelie met een frisse blik te lezen. Wie zich laat meenemen, kan vertrouwde teksten opnieuw verstaan. Het evangelie volgens Marcus roept ons op tot transformatie: van verdeeldheid naar samenhang, van vanzelfsprekendheid naar een leven geworteld in stilte en innerlijke aandacht.


















